Decentrale selectie is geen goede ontwikkeling



Matching voor bachelor Future Planet Studies

Matching voor bachelor Future Planet Studies

Door: Sicco de Knecht – Wat al langer in de lucht hing gaat er nu echt van komen: het ministerie en de onderwijsinstellingen willen af van loting en overgaan op een decentrale selectie. Opleidingen met een numerus fixus moeten gaan selecteren op criteria als motivatie en persoonlijkheid om student en opleiding beter te laten ‘matchen’. Het wordt zo langzamerhand tijd om eens wat beter stil te staan bij waar deze selectie vandaan komt, en waar het heen gaat.

De plannen die de minister en de instellingen hebben gemaakt zijn op het eerste gezicht niet al te ingewikkeld. Opleidingen die een maximaal aantal studenten aannemen werden tot nu toe gevuld via een gewogen loting, maar hier komt verandering in. In plaats van de relatief goede indicator van het schoolgemiddelde wordt opleidingen nu gevraagd om motivatie(brieven) en persoonlijkheid(stests) te gebruiken bij de selectie: de ‘match’ tussen opleiding en student moet beter.

Dat klinkt allemaal ongelooflijk sympathiek, maar de achterliggende oorzaken zijn minder aantrekkelijk. Er is in het hoger onderwijs een trend te ontdekken richting meer selectie en meer uitsluiting. Steeds meer opleidingen lopen tegen de grenzen van hun mogelijkheden aan en kunnen simpelweg niet meer studenten aan. Bijna een derde van de leerlingen in het hoger onderwijs (56.000 op wo en hbo) moest afgelopen jaar loten om binnen te komen bij een opleiding.

De UvA is jammer genoeg geen uitzondering op de regel. Naast de bekende toelatingsgrens bij de artsen en tandheelkundigen zijn er in de loop der jaren steeds meer opleidingen aan de numerus fixus gegaan. Opleidingen proberen dit nog wel te verkopen als een soort indirecte excellentie (je komt er niet zomaar in) maar veel te vaak is het duidelijk een noodgreep van opleidingen om de kwaliteit te redden. De reden dat er voor dit drastische laatste redmiddel gekozen moet worden ligt voor een deel bij de instellingen zelf.

In het hele land maakten vele universiteiten de afgelopen decennia de keuze om onderwijs en onderzoek van elkaar te scheiden, organisatorisch en soms ook financieel. Deze strikte scheiding levert initieel misschien wat helderheid op over de kosten, maar op de lange termijn gaan de belangen elkaar hopeloos tegenwerken.

Wanneer de docenten (en dus vaak ook onderzoekers) van een afdeling niet meer verantwoordelijk zijn voor zowel het onderwijs als het onderzoek, zul je geheid zien dat de interesse voor een van beide afneemt. Onderzoekers moeten vechten om steeds schaarser wordende beurzen, terwijl ook het aantal euro’s dat de instelling per student krijgt alleen maar afneemt. Zo kan het gebeuren dat het aantal studenten in een opleiding in een paar jaar tijd explosief groeit terwijl het aantal docenten (en dus onderzoekers) maar mondjesmaat toeneemt.

Bovendien lost een numerus fixus het probleem alleen ‘plaatselijk’ op. Als de ene universiteit haar opleiding biomedische wetenschappen begrenst zie je de aanmeldingen elders weer stijgen, totdat alle opleidingen in het land hun poorten hebben dichtgegooid. Dan stromen de studenten natuurlijk weer over naar een andere, vergelijkbare opleiding zoals psychobiologie.

Toegegeven, bepaalde vormen van ‘matching’ en ‘selectie’ werken enigszins als middel om studenten op de goede plek te krijgen. Het is slim om aanstaande studenten even stil te laten staan bij hun keuze – als ze dat al niet hadden gedaan – en het blijkt uit onderzoek dat daar inderdaad wat winst te behalen valt. Maar opleidingen weten maar al te goed dat je pas echt kun inschatten hoe goed een student het doet als deze ook daadwerkelijk bij je studeert.

De belangrijkere vraag is dan ook of we het ermee eens zijn dat steeds vaker de instelling en niet de leerling bepaalt waar hij/zij gaat studeren. Het schooldiploma is expliciet bedoeld als een entreebewijs voor het hoger onderwijs en er is hard gestreden om dit voor elkaar te krijgen. Hierop terugkomen omdat je de kwaliteit van de middelbare school of het hoger onderwijs niet meer kunt garanderen is een beschamende zaak, waar de leerling/student onterecht de dupe van is.

Het verplicht stellen van een decentrale selectie is geen goede ontwikkeling. Het is een teken aan de wand dat werkelijke investeringen in het hoger onderwijs voorlopig uitblijven. De UvA moet stoppen met het tegen elkaar uitspelen van onderwijs en onderzoek, en zich richten op het echte probleem. Wees wat mondiger tegen een ministerie dat miljarden bezuinigt op onderwijs en daar een decentrale selectie tegenoverstelt, neem eens met wat meer genoegen – wees een competente rebel!

Deze blog verscheen eerder op Folia Web op 28 september. Sicco de Knecht is promovendus in de neurowetenschappen en was eerder opleidingscoördinator bij psychobiologie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *